donderdag 11 mei 2017

Het dorp aan de stroomversnelling

De naam van het dorpje waar ons huis staat, is Gimåfors. Wie een beetje Zweeds kent, kan daaruit al heel wat afleiden over de omgeving. Een "å" is niet alleen een typisch Zweedse letter, maar meteen ook het woord voor een kleine rivier. Gimån is dus 'de rivier Gim'. Een "fors" is een stroomversnelling. "Gimåfors" betekent dus letterlijk: stroomversnelling op de rivier Gim.

Nu is er in de zomer en herfst weinig te merken van een stroomversnelling in de buurt van het dorpje Gimåfors. Daar is een eenvoudige en menselijke verklaring voor. Een kort stukje van de Gimån verbindt hier het Holm-meer (Holmsjön) met het Fagervik-meer (Fagerviksjön). Stroomafwaarts de Gimån, op het einde van het grote Leringen-meer en nabij het dorpje Nordanede, is er een dam met een waterkrachtcentrale gebouwd. In de late lente, de zomer en de herfst houdt die dam het smelt- en regenwater op, zodat het water in het Holmsjön en Fagerviksjön even hoog komt te staan. Van een stroomversnelling is dan uiteraard geen sprake. Er ontstaat eigenlijk één groot meer.

De situatie in de zomer: het water in het Holmmeer en het Fagervikmeer staat even hoog. Er zit weinig of geen stroming op de Gim-rivier (Gimån), waardoor het dorp Gimåfors zijn naam geen eer aan doet.


Van zodra het in de herfst begint te vriezen en te sneeuwen, stopt de aanvoer van vers water via de Gimån. De dam in Nordanede blijft wel de hele winter mondjesmaat water doorlaten, om zo de elektriciteitsvoorziening te verzekeren. Het peil van het Fagervikmeer daalt en er onstaat weer een niveauverschil met het iets hoger gelegen Holmsjön. Terwijl beide meren dichtvriezen, blijft de nu snelstromende rivier vrijwel de hele winter open liggen en toont hij zijn oorspronkelijke loop. Gimåfors is weer het dorpje aan de stroomversnelling van de Gim.

De stroomversnelling vanop de brug over de Gimån, richting Fagerviksjön...

...en de andere kant, richting Holmsjön.

Met de kano of de kajak kan je in de zomer grote delen van de Gimån afvaren, van de bovenloop in de gemeente Bräcke (landschap Jämtland) tot de dam in Nordanede in de gemeente Ånge (landschap Medelpad). Dat moeten we zelf zeker nog eens doen!

dinsdag 18 april 2017

Vårvinter of vintervår - lentewinter of winterlente?

Voor het prachtige zonnige weer dat je in Zweden kan hebben tijdens het wintersporten als de dagen weer gaan lengen, hebben ze een mooi woord: "vårvinter". Letterlijk vertaald betekent dat "lente-winter". De Zweden gaan dan nog massalar naar buiten dan anders en je ziet ze genieten op de ski's, langlauflatten, sneeuwschoenen, schaatsen of gewoon op een bankje in de zon.

Tijdens onze voorbije paasvakantie hadden we gewoon te maken met "vår": mooi en rustig lenteweer. Een graad of 12 overdag, rond het vriespunt 's nachts en meestal droog. Tot de laatste dag. Dat was donderdag 13 april, drie dagen voor Pasen en dus skärtorsdag in Zweden, ofte Witte Donderdag in het Nederlands. Die deed zijn naam alle eer aan, want die dag begon het te sneeuwen in Medelpad, terwijl de temperatuur onder het vriespunt dook.

Absoluut geen vårvinter dus, maar eerder vintervår: een flinke scheut winter in de lente.



De volgende ochtend lag alles er mooi wit bij, inclusief onze auto waarmee we terug naar België moesten rijden. Gelukkig lagen de winterbanden er nog op.



Het was een tijdje stil op deze blog, maar binnenkort mogen jullie nog een reeks artikelen verwachten!

donderdag 8 september 2016

Fietsen op spijkerbanden

Toen we tijdens onze zomervakantie even de Biltema-winkel in het winkelcentrum van Birsta (Sundsvall) binnensprongen op zoek naar een busje smeermiddel voor onze fietskettingen, zagen we deze collectie fiets-spijkerbanden al hangen.

Geen overbodige luxe voor wie in Medelpad tijdens de wintermaanden er met de fiets of mountainbike wil op uittrekken. De wegen liggen er vaak besneeuwd of zelfs verijsd bij. De spijkertjes zijn dan meer dan welkom.

De prijs? 299 Zweedse kronen, of zo'n 31,50 euro per stuk.




zondag 21 augustus 2016

Te paard langs het pelgrimspad

Dwars door de landschappen Medelpad en Jämtland loopt het Sint-Olafspad, één van de vier grote pelgrimroutes in Europa (later meer daarover). De route is populair bij wandelaars en fietsers, maar ook bij ruiters. Langs het traject vind je daarom een aantal maneges die ook dienst doen als afspanning voor pelgrims te paard. Eén van die maneges is Liljedalen in Sörnedansjö, in de Lunjga-vallei, op een klein uurtje autorijden van ons huis (en naar Zweedse normen dus vlak in de buurt). Daar zijn Ann en Diede - eindelijk, want het was er nog niet van gekomen - gaan paardrijden.

Eventjes langs het grindpad, de "hoofdweg" naar Liljedalen, en daarna de bossen in.


Een bezoek aan Liljedalen stond al een tijd op ons verlanglijstje. Via de sociale media hadden we al heel wat enthouasiaste verhalen gehoord over de prachtige begeleide rijtochten die je er kan maken door de ongerepte natuur. Toen we eind juli tijdens het boodschappen doen in de buurt waren, gingen we even langs om een afspraak te maken voor een rijtoer. Wie de Zweden en hun (gebrek aan) commerciële ingesteldheid een beetje kent, zal niet verwonderd zijn dat we voor een gesloten deur stonden. Als toeristische trekpleister midden in het hoogseizoen zelf gesloten zijn wegens vakantie: we kijken er in Zweden al lang niet meer van op. Het tekent de gemoedsrust waarmee ze in het leven staan en geef ze maar eens ongelijk. Gelukkig waren de eigenaars wel telefonisch bereikbaar en konden we een afspraak maken voor week of twee later.

Op een stralende augustusdag trokken we dus voor de tweede keer naar Liljedalen, waar we werden opgewacht door de uiterst vriendelijke eigenares Anna-Karin. Ze was net afscheid aan het nemen van twee Zweedse jongedames die bij haar hadden overnacht tijdens hun meerdaagse pelgrims-ruitertocht langs het Sint-Olafspad, die hen nog helemaal tot in Östersund zou voeren. Eén van de twee reed trouwens op een prachtig Belgisch paard, een Ardenner. Dit stoere en rustige paard is uitermate geschikt voor lange trektochten.

De twee paarden van de ruiterpelgrims. Het lichtbruine met blonde manen is de Ardenner.


In ons gezin rijden alleen vrouw en dochter paard, dus hadden zoon en ik onze wandelschoenen meegenomen. Samen zijn we de paarden van de wei gaan halen, twee rustige haflingers (eerder zeldzaam in Zweden, naar verluidt), net zoals de ruiters trouwens ook moeder en dochter. Na een grondige poetsbeurt van de paardjes, vertrokken Ann, Diede en Anna-Karin voor een tocht van anderhalf uur, dwars door veld en bos. Ids en ik ook, maar dan te voet. Dankzij het befaamde allemansrätten is dat in Zweden geen enkel probleem. Kort samengevat: zolang je geen schade toebrengt, mag je in de natuur te voet, met de fiets, met de boot, met de langlaufski of te paard overal komen waar dat niet expliciet verboden wordt, ook op particuliere eigendom.

Nadat we te voet de dichtst bijzijnde beboste heuvel beklommen hadden, met enkele open plekken waar de meest diverse kleurrijke vlinders rondvlogen, waren we net op tijd terug aan de manege om Ann en Diede te zien, terwijl ze met een brede glimlach vanuit de bossen kwamen aangereden. Ze hadden zichtbaar genoten van hun tocht.

Eén van de schitterende open plekken in de beboste heuvels van Liljedalen.


Een langere tocht vanuit Liljedalen staat al in de planning voor volgende zomer en héél misschien laat ik mij dan ook wel eens verleiden om in het zadel te klimmen.




maandag 15 augustus 2016

Van snoek tot visbol

Er zit vis in het meer achter ons huis, veel vis. Opvallend veel roofvis ook. Een hoofdrol is weggelegd voor wat men hier "de krokodillen van Holmsjön" noemt: de snoek. Wie al eens een fors uit de kluiten gewassen snoek heeft gezien, weet vanwaar die bijnaan komt. Ze worden gemakkelijk meer dan een meter lang en hebben vlijmscherpe tanden.

Vissen doe ik wel af en toe, maar niet echt fanatiek. Een aantal van onze buren zijn veel bekwamer in deze activiteit. Echt schrikken deed ik dus niet toen er aan de deur werd geklopt en een glunderende buurjongen trots een pas gevangen snoek omhoog hield. Niet voor gevoelige zielen trouwens, want op Zweeds-traditionele wijze had hij de grote roofvis door de bek gespietst op een gevorkte tak om hem gemakkelijk te kunnen dragen. Of hij ons een plezier kon doen met deze vis? Uiteraard kon hij dat.

Het was niet de eerste keer dat we een snoek cadeau kregen. De eerste keer hadden we de vis schoongemaakt en gebakken in de pan, maar dat was niet meteen een meevaller. De smaak was nogal flets en de moten zaten nog vol graten. We kregen van onze Scandinavische vrienden de tip om snoek niet gewoon te bakken in de pan, maar om er visballetjes ("fiskbullar") van te maken.

Dat bleek een gouden zet. Ann heeft de snoek schoongemaakt, gestroopt en in een paar grote stukken in de snelkookpan gestopt. Daarna het vlees van de hoofdgraat geplukt, ontdaan van alle kleine graatjes en in kleine stukjes gebrokkeld (wel een monnikenwerkje). Vervolgens de brokkels in een kom gemengd met kruiden en olijfolie, om er dan bolletjes van te maken, ter grote van pingpongballetjes. Tot slot eventjes door de bloem gedraaid en kort gefrituurd op 180 graden.

Het resultaat waren heerlijk krokante "fiskbullar" die in een restaurant absoluut een topper kunnen zijn op de menukaart!

De fiskbullar voor (boven) en na (onder) het frituren.



woensdag 2 maart 2016

Scheuren met de schaats over het Grote Meer

Zijn wij, Belgen en Nederlanders, salonschaatsers geworden? Dat is misschien net iets te sterk uitgedrukt, maar toch valt het meteen op als je de Zweden ziet voorbijschaatsen op hun natuurijs: niet één rijdt er rond op de klapschaatsen die wij zo goed kennen van de kunstijsbanen. En dat is een heel overwogen en praktische keuze van de noorderlingen. Hun kloeke "kluunschaatsen" zijn gewoon veel praktischer op het maandenoude natuurijs vol scheuren.


Vinterparken in Östersund, waar het schaatstraject op Störsjön begint.


Van 23 tot 28 februari was ik op schaatsvakantie in Zweden. Dankzij de sociale media was ik immers te weten gekomen dat er op Storsjön (het Grote Meer) in Östersund op 25 februari een schaatstoertocht werd georganiseerd. Dat is op amper 2 uur rijden van ons huis, naar Zweedse normen dus vlak in de buurt. Een uitstekende gelegenheid om eindelijk eens op het Zweedse natuurijs te kunnen schaatsen.

De wekker liep donderdag af om 03.45 uur. Na een stevig ontbijt ging het vervolgens met de auto over donkere en besneeuwde wegen richting Östersund, waar we om 06.30 uur aan het Vinterparken afspraak hadden met een dozijn leden van de Haarlemse IJsvreters, de informele schaatsclub die de tocht samen met de gemeente Östersund organiseerde. Een vlekkeloze organisatie trouwens, want de hele tocht konden we om de 20 kilometer genieten van de bevoorrading met rozijnenbrood met kaas, kanelbullar (kaneelbollen) en heerlijke warme thee. En uiteraard van het aangename gezelschap van de Haarlemse schaatsers.


Westenwind met sneeuw

Om 07.00 uur klonk het startschot en reden we voor de eerste keer richting Kungsgårdsviken. Daar lag na precies 10 kilometer het keerpunt op de mooi geveegde baan. Een stevige westenwind bij -6°C maakte er telkens pittige heenrit van, terwijl het er bij de terugtocht naar Östersund met de wind in de rug soms net iets te snel aan toe ging om de scheuren in het ijs tijdig op te merken.
De eerste ronde verliep droog en het was genieten toen de zon boven de heuvel tevoorschijn kwam. Maar al snel nam de bewolking toe en nog in de tweede ronde dwarrelden de sneeuwvlokken door de lucht. De rest van de dag zou het soms flink doorsneeuwen en moesten de veegmachines alle zeilen bijzetten om het traject beschaatsbaar te houden.

Op voorhand had ik besloten om voor een tocht van 100 kilometer te gaan. Door een gebrek aan basisconditie zou meer niet verstandig geweest zijn en er wachtte mij ook nog een lange en door de verse sneeuw moeilijke terugtocht met de auto. Ik reed gelukkig tijdens die eerste vijf ronden probleemloos mee met de Haarlemse IJsvreters, echte bikkels die daarna allemaal nog doorgingen tot ze de voor schaatsers magische grens van de 200 kilometer (die Elfstedentocht, weet u wel) hadden bereikt.
Ook Wouter, mijn Belgische schaatskompaan tijdens deze reis, rondde de kaap van de 100 kilometer, zodat we in de namiddag met een goed gevoel, niet te vermoeid en zonder fysieke averij terug richting Sundsvall konden bollen met de auto.


De geveegde baan op Storsjön.


Onzichtbare scheuren

Dankzij de veegmachines die de hele tijd over en weer reden op het traject, was het die donderdag goed doenbaar om met onze langebaan-klapschaatsen te rijden op het Zweedse natuurijs. Maar dat was een uitzonderlijke situatie, speciaal voor de tocht van de Haarlemse IJsvreters. Op zaterdag was ik terug op het Storsjön, om ook eens wat meer van de omgeving te genieten tijdens het schaatsen. Tijdens een prestatietocht ben je immers vooral toch gefocust op het ijs en de rijders voor je. Maar dat was op schaatsgebied een ontnuchtering. Hoewel er de hele dag een stralende zon stond, lag er een laagje sneeuw van een centimeter op het traject en daardoor waren de (soms brede) scheuren vrijwel onzichtbaar. Weinig of geen probleem voor de Zweedse kluunschaatsen, die zo zijn gevormd dat ze over en door deze scheuren glijden, maar levensgevaarlijk met mijn veel smallere langebaan-klapschaatsen, waarvan de messen soms volledig in de onzichtbare scheuren verdwenen. Na twee valpartijen besloot ik dan maar wijselijk om de rest van de dag op wandeltempo over het ijs te glijden.

Conclusie: als het natuurijs niet perfect geschaafd, geborsteld en geveegd wordt, kan je met langebaanschaatsen weinig aanvangen op het Zweedse natuurijs. Een beetje alsof je met een ranke racefiets een steil en modderig bospad zou proberen af te fietsen. Dan ben je echt veel beter af met een stevige mountainbike. Een paar Zweedse kluunschaatsen staat nu bijgevolg hoog op mijn verlanglijstje.

Sundsvall Speedskaters

Mijn "gewone" klapschaatsen gooi ik daarom zeker nog niet weg. Op zondagochtend was ik te gast op de sfeervolle vierhonderdmeterbaan van de Sundsvall Speedskaters. Drie keer per week, van oktober tot april, kunnen hun leden daar schaatsen tijdens de cluburen, waarbij de toegang tot de ijsbaan gratis is. Op de prachtige ijsvloer van Gärdebanan doen mijn "Hollandse" klapschaatsen uitstekend hun werk.

Nee, mijn besluit staat vast: ik ga klapschaaten op het kunstijs, kluunschaatsen op het natuurijs en tussendoor langlaufen op de sneeuw. Haast jammer dat er af en toe in België ook nog gewerkt moet worden!


Gärdebanan is de sfeervolle vierhonderdmeterbaan in openlucht in Sundsvall.




donderdag 11 februari 2016

Kwakkelweer in Medelpad

Aan de ene kant is het fantastisch om een eigen huis in Zweden te hebben, aan de andere kant soms ook wat frustrerend. "Waren we nu maar in Gimåfors", is allicht één van de meest uitgesproken zinnen als we opnieuw thuis in België zijn. Gelukkig is er telkens weer het vooruitzicht van de volgende afreis.

Over ons verblijf tijdens de kerstvakantie had ik hier nog niets geschreven. Voor het derde jaar op rij liet de winter erg lang op zich wachten in Zweden. Maar eens te meer hadden we geluk. Toen we op 23 december van de luchthaven van Stockholm naar Medelpad reden, was er tot vlak ten zuiden van Sundsvall geen sneeuw te bekennen. Dat veranderde toen we Västernorrland binnenreden en nog meer toen we in Sundsvall de Oostzeekust achter ons lieten en we verder het binnenland in reden. Er was de vorige dag 10 cm sneeuw gevallen in Medelpad en we kwamen bij ons huis in een prachtig mooi decor.

Het uitzicht vanop onze veranda, op 24 december 2015, pal op de middag. De zon stond op dat ogenblik dus het hoogst, amper 4 graden boven de horizon.


De kerstdagen verliepen kwakkelend: soms wat lichte vorst, soms wat lichte dooi. Maar al bij al bleef er voldoende sneeuw liggen om een mooie witte kerst te hebben. De kans op een witte kerst is in Gimåfors trouwens 95 procent. Dat is één van de redenen waarom we ons huis zo hoog in het noorden zijn gaan zoeken.

Een nadeel van het kwakkelweer was wel dat de wegen, paden en opritten er spekglad bijlagen. Zo was onze oprit van de carport naar de weg herschapen in één ijsbaan. Gelukkig hadden we een vierwielaangedreven auto mét spijkerbanden gehuurd. Die reed vrij probleemloos naar boven.

De oprit was herschapen in één grote ijsbaan.


Omdat we gekozen hadden voor een vliegformule met alleen handbagage (ook Belgen zijn wel eens zuinig!) konden we helaas onze schaatsen niet meenemen. Die mag je immers niet meenemen in de cabine. En dat was achteraf gezien een jammere zaak, want onze baai van Holmsjön lag er na de korte dooi perfect beschaatsbaar bij. In tegenstelling tot vorig jaar, toen er door de constante sneeuwval geen ruimen aan was. Er zit maar één ding op: vier paar "reserve"-schaatsen kopen en die in ons huis laten liggen, zodat we ze niet elke keer mee moeten sleuren.

Over schaatsen gesproken. Eind februari ga ik terug naar ons huis, om een lange tocht te schaatsen. Hoe lang precies, zal van de omstandigheden afhangen, maar allicht wordt het 100 kilometer. Veel meer laat mijn conditie momenteel niet toe. Die tocht vind niet plaats op "ons" Holmsjön, maar op het 120 kilometer verderop gelegen Storsjön in Jämtland. Start en aankomst zijn in het stadje Östersund, meer bepaald in Vinterparken dat daar elk jaar opnieuw wordt opgebouwd. Het personeel van Vinterparken veegt er voor schaatsers een baan schoon die kan variëren van 10 tot 25 kilometer.

Als ik in één stuk terugkom van de tocht in Östersund, ga ik enkele dagen later ook nog eens een aantal rondjes schaatsen op de vierhonderdmeterbaan in Sundsvall, om daar kennis te maken met de plaatselijke schaatsclub.

De toertocht op Storsjön wordt georganiseerd door de informele ijsvereniging De IJsvreters uit Haarlem. Meer informatie op deze facebookpagina.