Posts tonen met het label Geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geschiedenis. Alle posts tonen

maandag 30 oktober 2017

Vikbron: Zwedens langste houten brug - Sveriges längsta träbro


In het dorpje Fränsta in de gemeente Ånge overspant de Vik-brug (Vikbron in het Zweeds) de rivier Ljungan. Het is de langste houten brug van Zweden, gebouwd in 1888.
Van op de brug heb je een mooi zicht op de kerk van Fränsta, Torps Kyrka. Zoals wel vaker in Zweden, staat die een stukje buiten het dorpscentrum.

I byn Fränsta (Ånge Kommun) sträcker Vikbron sig över älven Ljungan. Sveriges längsta träbro byggdes 1888.
På bron har man en fin vy av Torps Kyrka i Fränsta. Som ofta i Sverige är kyrkan byggd strax utanför byn. I Belgien står kyrkan nästan alltid mitt i byn.

De kerk van Fränsta langs de Ljungan / Torps Kyrka bredvid Ljungan i Fränsta..


De Vik-brug / Vikbron

De langste houten brug van Zweden / Sveriges längsta träbro (foto: By Backstr/Wikipedia)



vrijdag 13 oktober 2017

Op bezoek in Borgsjö / På besök i Borgsjö

(Tekst in het Nederlands / texten på svenska)

Als we in Gimåfors zijn, gaan we minstens één keer per week naar het dorpje Borgsjö in de gemeente Ånge. In de eerste plaats om Margriet en Paul te bezoeken, de eigenaars van camping Träporten. Margriet en Paul emigreerden in 2007 van Rotterdam naar Medelpad. Ze baten in Borgsjö ook een restaurant uit waar je uitstekend kan eten.

När vi är i Gimåfors, åker vi minst en gång i veckan till Borgsjöbyn i Ånges Kommun. I första hand för att hälsa på Margriet och Paul, ägarna av camping Träporten. Margriet och Paul flyttade från Rotterdam (Nederländerna) till Medelpad 2007. De serverar också god mat i deras restaurang i Borgsjö.


Naturum Ånge en het restaurant van Margriet en Paul (links). / Naturum Ånge och Paul och Margriets restaurang (till vänster)


Träporten is niet de enige troef in Borgsjö. Vanuit het restaurant van Paul en Margriet stap je zo het Naturum Ånge binnen, dat zich in hetzelfde gebouw bevindt. Het Naturum is een combinatie van een klein museum en een toeristisch informatiekantoor. Ideaal om van hieruit een tocht te starten met alle nodige informatie en brochures bij de hand.

Träporten är inte Borgsjös enda sevärdhet. Utifrån restaurangen går man direkt in i Naturum Ånge, som är belägen i samma byggnad. Naturum Ånge är en kombination av ett litet museum och en turistbyrå. Perfekt för att börja en upptäcktsresa i området med all nödvändiga information och många broschyrer.

Vorige zomer bezochten we voor het eerst ook de Hembygdsgård in Borgsjö. Dat hadden we al veel eerder moeten doen. In de Hembygdsgård staan een stuk of twintig historische gebouwen verzameld. Ze zijn uit zowat alle omringende dorpen van de kerkgemeente naar daar gehaald. Samen bieden ze een fraai overzicht van het leven op het Zweedse platteland in het begin van de negentiende eeuw.

I somras besökte vi för första gången Hembygdsgård Borgsjö. Det borde vi har gjort mycket tidigare. I hembygdsgården finns det tjugo historiska byggnader som flyttades dit från olika byar i socken. Tillsammans ger de en fin översikt av livet på den svenska landsbygden i början av artonhundratalet.

Het oude schooltje in de Hembygsgård. /  Den gamla skolan i Hembygsgården.


In één van de gebouwen is elke kamer ingericht zoals vroeger. Je ziet er onder meer een traditionele Zweedse negentiende-eeuwse woonkamer, keuken en slaapkamer. Op de eerste verdieping is er zelfs een oud schooltje ingericht, zelfs met een schooljuffrouw! Voorts staan er in de Hemsbygdgård onder meer twee oude brandweerkazernes, een bakkershuisje, enzovoort.

I en av byggnaderna är varje rum inrett som förut. Man kan bland annat se ett traditionellt svenskt vardagsrum, ett kök och ett sovrum. På andra våningen finns det en gammal skola, även med skolfröken! I hembygdsgården finns vidare två gamla brandstationer, en bagarstuga mm.


Over de Sint-Olav-pelgrimsroute die door Borgsjö loopt, schreef ik eerder al. De kerk van Borsjö ligt langs dit pad en is één van de mooiste in de buurt, opgetrokken in een fraaie rococo-stijl. Het interieur is meer dan de moeite waard, met onder meer een fraaie houten doopvont uit 1693. De houten klokkentoren staat, zoals zo vaak in Zweden, los van de kerk. Een paar kilometer buiten het dorp ligt de Sint-Olav-bron, letterlijk midden op het pelgrimspad. Het water is er perfect drinkbaar.

Jag har skrivit förut om S:t-Olofsleden, men bara på nederländska. Borgsjö kyrka ligger bredvid pilgrimsleden och är en av de vackraste kyrkorna i trakten, byggd i en lekfull rokoko-stil. Kyrkans interiören är sevärd, med bland annan en praktfull dopfunt av trä från 1693. Klockstapeln står, som ofta i Norrland, utanför kyrkan. Några kilometer vidare längs pilgrimsleden ligger S:t-Olofs Källa, bokstavligen mitt på leden. Där kan man dricka källvatten utan att bli sjuk (jo, jag vet att det är normalt i Sverige, men i Belgien är det ju inte).


Zo, dit was mijn eerste blogartikel in zowel het Nederlands als het Zweeds. Laat gerust weten of dit voor herhaling vatbaar is!

Så, det var min första bloggartikel på båda nederländska och svenska. Jag hoppas att du tyckte om den!


De doopvont uit 1693. / Dopfunten från 1693.

De kerk heeft een mooi rococo-interieur. / Kyrkan har en fin rokoko-interiör.

De klokkentoren. / Klockstapeln.

maandag 2 november 2015

Medelpad in de jaren veertig

Van René, een Vlaming die al jarenlang in Sundsvall woont en een trouwe lezer van dit blog is, kreeg ik de link naar dit zwart-witfilmpje. Het geeft een prachtig beeld van het leven in Medelpad kort na de Tweede Wereldoorlog.
Een aantal bekende plaatsen passeren de revue, zoals het stadscentrum van Sundsvall, de oude kerk van Liden, het uitzicht van op Norra Stadsberget, de paardenrenbaan van Bergsåker,... Ook Holmsjön komt aan bod.

Bij de beelden van een zomerse zondag op het strand van Sundsvall, deelt de commentator langs zijn neus weg mee dat in Medelpad de mooiste meisjes van het land wonen. De bikini was er in elk geval al flink in de mode in die tijd. De hoog opgetrokken zwembroeken van de mannen zijn euhhh... bevreemdend te noemen.

Fascinerend is ook om te zien hoe het hout toen nog getransporteerd werd. Geen sprake van zwaarbeladen vrachtwagens die over de wegen scheuren. We zien in het filmpje hoe arbeiders de boomstammen aan elkaar sjorren tot een groot vlot met een roer en dat vlot vervolgens over de rivieren Indalsälven en Ljungan stroomafwaarts naar de houtverwerkende fabrieken in de omgeving van Sundsvall laten drijven. In de stroomversnellingen gaat het er daarbij soms heftig aan toe.

In het filmpje steekt ook een bijzonder raar dier de kop op: de Skvader. Dat is een beest met de voorkant van een haas en de achterkant van een hoen. Het dook in de negentiende eeuw op in straffe jagersverhalen in Medelpad. Een handige dierenopzetter, Rudolf Granberg, slaagde er in om er eentje haast levensecht te reconstrueren. Het beest is inmiddels legendarisch geworden en groeide uit tot het officieuze symbool van Sundsvall.

Maar genoeg geschreven, bekijkt u het filmpje vooral zelf. Om het met de slotwoorden van de commentator te zeggen: Medelpad, dat is heel Norrland in een notendop.



 

donderdag 20 augustus 2015

Surströmming: gefermenteerde haring in bolle blikken

Goddelijk volgens de één, walgelijk volgens de ander. Ook in Zweden zelf zijn de meningen verdeeld over de surströmming, de gefermenteerde haring met de doordringende geur. Zelf heb ik het nu al een paar keer gegeten en ik moet toegeven: het smaakt mij steeds beter. En o ja: ook aan de geur raak je gewend.

In de supermarkt in Sundsvall krijgen de blikken surströmming een prominente plaats.


Onze achterburen nodigen ons jaarlijks uit op een traditioneel surströmming-etentje. Na alle verhalen die we al gehoord hadden over deze gefermenteerde vis, gingen we er de eerste keer toch een beetje met knikkende knieën heen. Uiteindelijk viel het goed (bij mij) tot zelfs héél goed (bij Ann) mee. De surströmming komt in Zweden op tafel met gekookte aardappelen, vers gesnipperde ui, tomaat, kaas, knäckebröd en eventueel ook wat sla. Dat alles liefst met ook een glaasje sterke drank erbij. We hebben in ons dorp trouwens een nieuwe variant gelanceerd die bijzonder in de smaak viel: surströmming uit de Oostzee met Filliers-graanjenever uit Deinze.

Voor wie het nog niet zou weten: surströmming is een streekspecialiteit van de Höga Kusten, de Oostzeekust in het midden van Zweden. Haring uit de Oostzee ("strömming") wordt eerst gepekeld en vervolgens in de zomer een week of zes in houten vaatjes in de volle zon gezet. Het gevolg laat zich gemakkelijk raden: de haring gaat gisten. Daarna wordt de haring ingeblikt, maar in het blik blijft hij nog verder gisten. Daardoor staan de meeste blikjes surströmming bol.

De doordringende geur komt vooral vrij bij het openmaken van het blik. De haring fileren, moet je zelf nog even doen. Let ook op het glaasje Belgische Filliers-jenever, dat uitstekend past bij de surströmming.


Het blikje surströmming wordt pas vlak voor het opdienen open gemaakt. Meestal zitten we buiten om de "zure haring" te eten, maar deze zomer was het wat aan de frisse kant en stond de tafel bij de buren binnen gedekt. Of beter gezegd, twee tafels: eentje voor de surströmmingeters strategisch gelegen vlak bij de buitendeur en de andere, voor de niet-surströmmingeters wat verder in huis. De buurman hanteerde de blikopener buiten op het terras, want vooral bij het openen van de blikken is de geur nogal euhhh, penetrant.

Vooral in centraal-Zweden wordt het eten van surströmming aanzien als een deel van de identiteit. Ze proeven het van jongsaf aan. Bij ons aan de surströmmingtafel zat ook de vijfjarige kleinzoon van de buren met smaak mee te eten. Zijn iets jongere broertje deelde zijn enthousiasme niet en trok bedenkelijk zijn neus op: "Det luktar illa" (dat ruikt vies). Ook lang niet alle volwassenen zijn verzot op de gefermenteerde streekspecialiteit. Ik heb de indruk dat in onze regio ongeveer de helft van de bevolking vriendelijk maar beslist "Nej, tack" zegt tegen de surströmming. In het zuiden van Zweden schijnen er zelfs bijzonder weinig liefhebbers van de gegiste Oostzeeharing te wonen.

"Maatjesharing of ansjovis voor vergevorderden", is steevast ons antwoord als mensen ons vragen hoe die surströmming nu eigenlijk smaakt. Er zijn een paar dingen waar je je overheen moet kunnen zetten. Ten eerste de zwavelachtige geur, vooral als het blik net open gaat. Wat voor ons ook weinig appetijtelijk is: de haring in de blikken is alleen ontdaan van de kop, maar alle ingewanden zitten er nog in. Voor je begint te eten, moet je die verwijderen en de haring fileren. Als je al die voorbereidende stappen hebt overwonnen, kan je dus optimaal genieten van de surströmming. Het gefileerde deel van de haring is erg smeuiig, zouterig, maar smaakt absoluut niet naar bedorven vis.

Nee, ons kan je al lang niet meer straffen met een surströmming-maaltijd!




vrijdag 7 augustus 2015

Hoe 'Wilde Huss' in 4 uur tijd een meer liet leeglopen

Op een steenworp afstand van ons huis ligt één van de oudste en mooiste kerkjes van Medelpad en misschien wel van heel Zweden. De stenen Lidens Gamla Kyrka (oude kerk) in Liden ligt aan de oever van de Indalsälven, een beetje van de grote weg af en alleen bereikbaar via de grindweg die Liden verbindt met Holmsjön. Op zich is het kerkje al een bezoek waard, maar het loont de moeite om er eens op zoek te gaan naar een vrij onopvallende grafsteen op het omringende kerkhofje. Het is de laatste rustplaats van Magnus Huss, bijgenaamd Vildhussen (de Wilde Huss). Die naam kreeg hij nadat hij er in slaagde om, geheel per ongeluk, een groot meer in minder dan vier uur tijd volledig te doen leegstromen.

Lidens Gamla Kyrka, met de losstaande houten klokkentoren en het omheinde kerkhofje.


Magnus Huss (1755 - 1797) was een handelaar uit Sundsvall wiens ambities achteraf groter bleken dan zijn commerciële successen. In de tijd van Huss begon de houthandel in Medelpad te floreren. De boomstammen werden onder meer via de Indalsälven en zijrivieren vervoerd naar Sundsvall , maar de grote stroomversnelling ("Storforsen") van Gedungsen zorgde voor veel brokken en totaal vernielde boomstammen, waardoor het hout waardeloos werd.

Huss meende dé oplossing gevonden te hebben. Hij zou de stroomversnelling omzeilen door een nieuw kanaal uit te graven naast Storforsen. Met zijn Storfors Bolag begon hij in 1794 vol goede moed aan het immense werk. Daarvoor had hij een zanderig terrein uitgekozen, omdat dit nu eenmaal veel gemakkelijker graaft. Op 6 juni 1796 liep het grondig fout. De houten dammen die Huss had gebouwd op de losse zandgrond, bleken niet bestand tegen de lentevloed van de rivier en braken door. De erosiegevoelige zandgrond was geen partij voor het woeste water en spoelde ogenblikkelijk weg. De rivier verlegde meteen zijn loop, Storforsen viel droog. Het stroomopwaarts gelegen Ragunda-meer, 26 kilometer lang, was zijn natuurlijke dam kwijt en liep in vier uur tijd volledig leeg. Een vloedgolf van 15 meter trok over de Indalsälven en richtte tot aan de monding in de Oostzee een ware ravage aan. Het was één van de grootste "natuur"-rampen uit de Zweedse geschiedenis, maar als bij wonder vielen er geen doden.

De omwonenden van Ragundasjön, die onder meer leefden van de zalmvangst in de stroomversnelling, waren woest op Magnus Huss, die ze bedachten met de bijnaam Vildhussen (de Wilde Huss). Een jaar later spoelde zijn dode lichaam aan op de oever van de Indalsälven in Liden, waar hij op 10 september 1797 werd begraven op het kerkhof. Blijkbaar was zijn boot gekapseisd, volgens hardnekkige geruchten nadat die een zetje had gekregen van de gefrustreerde landbouwers en vissers uit de geteisterde omgeving.

Het graf van Magnus "Vildhussen" Huss op het kerkhof van Lidens Gamla Kyrka.


Sinds die noodlottige 6 juni 1796 heet Gedungsen niet langer "Storforsen" (de Grote Stroomversnelling), maar wel "Döda Fallet" (de Dode Waterval). Het is nu een natuurgebied waar de gevolgen van de ramp die Vildhussen heeft veroorzaakt nog altijd duidelijk te zien zijn. Een bezoek aan Döda Fallet staat voor één van onze volgende verblijven op het programma.

En tot slot voor de 'petite histoire': Magnus "Vildhussen" Huss heeft een bekende neef én naamgenoot die wel succes kende. De zoon van zijn broer kreeg dezelfde naam mee, schopte het tot professor en staat nu over de hele wereld bekend als de arts die voor het eerst alcoholisme als een ziekte beschreef. Ook deze Magnus Huss (1807-1890) kreeg een bijnaam: Tamhussen, oftewel "de kalme Huss".

De beroemde neef en naamgenoot van Vildhussen: professor Magnus "Tamhussen" Huss.