Posts tonen met het label Gastronomie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gastronomie. Alle posts tonen

maandag 15 augustus 2016

Van snoek tot visbol

Er zit vis in het meer achter ons huis, veel vis. Opvallend veel roofvis ook. Een hoofdrol is weggelegd voor wat men hier "de krokodillen van Holmsjön" noemt: de snoek. Wie al eens een fors uit de kluiten gewassen snoek heeft gezien, weet vanwaar die bijnaan komt. Ze worden gemakkelijk meer dan een meter lang en hebben vlijmscherpe tanden.

Vissen doe ik wel af en toe, maar niet echt fanatiek. Een aantal van onze buren zijn veel bekwamer in deze activiteit. Echt schrikken deed ik dus niet toen er aan de deur werd geklopt en een glunderende buurjongen trots een pas gevangen snoek omhoog hield. Niet voor gevoelige zielen trouwens, want op Zweeds-traditionele wijze had hij de grote roofvis door de bek gespietst op een gevorkte tak om hem gemakkelijk te kunnen dragen. Of hij ons een plezier kon doen met deze vis? Uiteraard kon hij dat.

Het was niet de eerste keer dat we een snoek cadeau kregen. De eerste keer hadden we de vis schoongemaakt en gebakken in de pan, maar dat was niet meteen een meevaller. De smaak was nogal flets en de moten zaten nog vol graten. We kregen van onze Scandinavische vrienden de tip om snoek niet gewoon te bakken in de pan, maar om er visballetjes ("fiskbullar") van te maken.

Dat bleek een gouden zet. Ann heeft de snoek schoongemaakt, gestroopt en in een paar grote stukken in de snelkookpan gestopt. Daarna het vlees van de hoofdgraat geplukt, ontdaan van alle kleine graatjes en in kleine stukjes gebrokkeld (wel een monnikenwerkje). Vervolgens de brokkels in een kom gemengd met kruiden en olijfolie, om er dan bolletjes van te maken, ter grote van pingpongballetjes. Tot slot eventjes door de bloem gedraaid en kort gefrituurd op 180 graden.

Het resultaat waren heerlijk krokante "fiskbullar" die in een restaurant absoluut een topper kunnen zijn op de menukaart!

De fiskbullar voor (boven) en na (onder) het frituren.



donderdag 20 augustus 2015

Surströmming: gefermenteerde haring in bolle blikken

Goddelijk volgens de één, walgelijk volgens de ander. Ook in Zweden zelf zijn de meningen verdeeld over de surströmming, de gefermenteerde haring met de doordringende geur. Zelf heb ik het nu al een paar keer gegeten en ik moet toegeven: het smaakt mij steeds beter. En o ja: ook aan de geur raak je gewend.

In de supermarkt in Sundsvall krijgen de blikken surströmming een prominente plaats.


Onze achterburen nodigen ons jaarlijks uit op een traditioneel surströmming-etentje. Na alle verhalen die we al gehoord hadden over deze gefermenteerde vis, gingen we er de eerste keer toch een beetje met knikkende knieën heen. Uiteindelijk viel het goed (bij mij) tot zelfs héél goed (bij Ann) mee. De surströmming komt in Zweden op tafel met gekookte aardappelen, vers gesnipperde ui, tomaat, kaas, knäckebröd en eventueel ook wat sla. Dat alles liefst met ook een glaasje sterke drank erbij. We hebben in ons dorp trouwens een nieuwe variant gelanceerd die bijzonder in de smaak viel: surströmming uit de Oostzee met Filliers-graanjenever uit Deinze.

Voor wie het nog niet zou weten: surströmming is een streekspecialiteit van de Höga Kusten, de Oostzeekust in het midden van Zweden. Haring uit de Oostzee ("strömming") wordt eerst gepekeld en vervolgens in de zomer een week of zes in houten vaatjes in de volle zon gezet. Het gevolg laat zich gemakkelijk raden: de haring gaat gisten. Daarna wordt de haring ingeblikt, maar in het blik blijft hij nog verder gisten. Daardoor staan de meeste blikjes surströmming bol.

De doordringende geur komt vooral vrij bij het openmaken van het blik. De haring fileren, moet je zelf nog even doen. Let ook op het glaasje Belgische Filliers-jenever, dat uitstekend past bij de surströmming.


Het blikje surströmming wordt pas vlak voor het opdienen open gemaakt. Meestal zitten we buiten om de "zure haring" te eten, maar deze zomer was het wat aan de frisse kant en stond de tafel bij de buren binnen gedekt. Of beter gezegd, twee tafels: eentje voor de surströmmingeters strategisch gelegen vlak bij de buitendeur en de andere, voor de niet-surströmmingeters wat verder in huis. De buurman hanteerde de blikopener buiten op het terras, want vooral bij het openen van de blikken is de geur nogal euhhh, penetrant.

Vooral in centraal-Zweden wordt het eten van surströmming aanzien als een deel van de identiteit. Ze proeven het van jongsaf aan. Bij ons aan de surströmmingtafel zat ook de vijfjarige kleinzoon van de buren met smaak mee te eten. Zijn iets jongere broertje deelde zijn enthousiasme niet en trok bedenkelijk zijn neus op: "Det luktar illa" (dat ruikt vies). Ook lang niet alle volwassenen zijn verzot op de gefermenteerde streekspecialiteit. Ik heb de indruk dat in onze regio ongeveer de helft van de bevolking vriendelijk maar beslist "Nej, tack" zegt tegen de surströmming. In het zuiden van Zweden schijnen er zelfs bijzonder weinig liefhebbers van de gegiste Oostzeeharing te wonen.

"Maatjesharing of ansjovis voor vergevorderden", is steevast ons antwoord als mensen ons vragen hoe die surströmming nu eigenlijk smaakt. Er zijn een paar dingen waar je je overheen moet kunnen zetten. Ten eerste de zwavelachtige geur, vooral als het blik net open gaat. Wat voor ons ook weinig appetijtelijk is: de haring in de blikken is alleen ontdaan van de kop, maar alle ingewanden zitten er nog in. Voor je begint te eten, moet je die verwijderen en de haring fileren. Als je al die voorbereidende stappen hebt overwonnen, kan je dus optimaal genieten van de surströmming. Het gefileerde deel van de haring is erg smeuiig, zouterig, maar smaakt absoluut niet naar bedorven vis.

Nee, ons kan je al lang niet meer straffen met een surströmming-maaltijd!